De discussie over het Leninbeeld zou niet over Lenin moeten gaan, maar over de vraag waarom het communisme juist hier zo diep kon wortelen – en wat die geschiedenis vandaag nog met Oldambt doet.
Door Bart Plaatje
In de discussie in de gemeenteraad en de media over het Leninbeeld in Oldambt dreigt iets belangrijkers verloren te gaan dan de vraag waar een negen meter hoog beeld wel of niet mag staan. Het gaat om het materiële en immateriële erfgoed van Oost-Groningen. En om de vraag hoe een streek omgaat met een geschiedenis die generaties later nog wordt gevoeld. Wie het Leninbeeld uitsluitend bekijkt vanuit Lenin, de Sovjet-Unie en het communisme aldaar, mist een belangrijk deel van het Oost-Groningse verhaal. Wie wil begrijpen waarom zo’n beeld juist hier betekenis heeft, moet niet in Rusland beginnen.
Die moet beginnen op de Groningse klei.
Herenboer en landarbeider
Nergens in Nederland was de tegenstelling tussen herenboeren en landarbeiders zo diepgaand als in Oost-Groningen. De enorme boerderijen herinneren aan de rijkdom die de vruchtbare klei voortbracht. Daarnaast leefden landarbeiders onder zware omstandigheden. Er waren arbeiders die zelfs de vernedering moesten ondergaan dat hun loon in de sloot werd gegooid, waarna zij hun geld eruit mochten halen. De sterke positie die het communisme later in Oost-Groningen kreeg, kun je niet los zien van die omstandigheden. De eerste vrouwelijke communistische burgemeester van Nederland, Hanneke Jagersma in Beerta, zei daarover treffend: “het zijn allereerst de omstandigheden die van iemand een communist maken”.
Daarom moeten we niet alleen vragen: was Lenin goed of fout? Interessanter voor Oldambt is: wat gebeurde hier waardoor zoveel gewone mensen hun hoop juist op het communisme vestigden?
Geen eerbetoon
Een Leninbeeld in een erfgoedcentrum hoeft geen eerbetoon aan Lenin te zijn. Het kan een object zijn dat vragen oproept. Henriëtte Davelaar en haar man Freek werken al twee jaar aan een cultureel erfgoedcentrum. Ik heb met beiden over die plannen gesproken. Het Leninbeeld moest een publiekstrekker worden. Mensen komen misschien voor het enorme beeld, maar eenmaal daar kan het veel grotere verhaal worden verteld. Het verhaal van de Graanrepubliek. Van herenboeren en landarbeiders. Van rijkdom en armoede, stakingen, sociale strijd en politieke emancipatie. Daar komen materieel en immaterieel erfgoed samen.
De geschiedenis in de raadszaal
Ik was aanwezig bij de behandeling in de gemeenteraad. Daar leek de geschiedenis bijna letterlijk de raadszaal binnen te komen. CDA’er Simeon Naaijer keerde zich nadrukkelijk tegen het Leninbeeld en vertelde tegelijkertijd met trots dat hij een nazaat van de herenboeren is. Niemand is verantwoordelijk voor zijn voorouders. Naaijer niet voor de herenboeren van vroeger en huidige communisten evenmin voor wat communistische regimes elders hebben aangericht. Maar de confrontatie was bijzonder. Aan de ene kant iemand die zijn afkomst uit de herenboeren benoemt. Aan de andere kant een beeld dat symbool is geworden voor een beweging die juist onder de landarbeiders hier uitzonderlijk veel aanhang kreeg. En terwijl het hierover in de raad knetterde, nam de legendarische communist Engel Modderman na meer dan veertig jaar afscheid van de gemeentepolitiek. Dan moeten we niet opnieuw tegenover elkaar gaan staan, maar vragen stellen. Waarom raakt deze geschiedenis ons nog? En wat vertelt dat over Oldambt van vandaag?
Erfgoed mag ongemakkelijk zijn
Erfgoed is niet alleen geschiedenis waarop we trots zijn. Een monumentale herenboerderij is erfgoed. Een eenvoudig landarbeidershuisje ook. De verhalen van boerenfamilies behoren ertoe, maar die over armoede, uitbuiting, stakingen en sociale strijd eveneens. Ook de communistische traditie van Oost-Groningen hoort bij die geschiedenis. Dat betekent niet dat je het communisme verheerlijkt. Net zomin als het bewaren van een herenboerderij betekent dat je de maatschappelijke verhoudingen van toen verheerlijkt.
Daarom zou het wrang zijn als de controverse rond het Leninbeeld ertoe leidt dat het erfgoedcentrum niet doorgaat. Henriëtte Davelaar en haar man hebben er twee jaar in geïnvesteerd. Oldambt dreigt daarmee een kans te missen om zijn complexe geschiedenis zichtbaar te maken. Erfgoed kan het verleden niet ongedaan maken. Maar het kan wel bijdragen aan begrip, dialoog en misschien zelfs heling.
Laat het Leninbeeld daarom niet het einde van het gesprek zijn, maar het begin ervan.
Erfgoed is niet alleen de geschiedenis waarop we trots zijn. Het is ook de geschiedenis waarmee we in het reine moeten zien te komen.
