Een samenvatting over het leven van: De jonge Ernesto Che Guevara.

De jonge Ernesto Guevara.

Ernesto Guevara de la Serna wordt geboren op 14 juni 1928 in Rosario, één van de belangrijkste steden van Argentinië, in een welgestelde familie. Een familie met aristocratische wortels maar met socialistische ideeën. Vooral zijn moeder was een hevige tegenstander van de dictatuur van Juan Peron. Al snel bleek dat Ernesto aan astma leed en de familie verhuisde om die reden naar een minder vochtig gebied namelijk Cordoba.

In 1937, Ernesto is 9 jaar oud en volgt het derde leerjaar, volgt hij geboeid de Spaanse burgeroorlog. Op een landkaart duidt hij de militaire evolutie aan.

De jonge Ernesto was geïnteresseerd in de bibliotheek van zijn vader: op zijn zestiende had hij de theorieën van Marx, Freud en Engels al onder de knie. Tijdens zijn studententijd nam hij aan geen enkele studentenopstand deel: omdat hij in die periode zich meer interesseerde voor geneeskunde en  archeologie dan voor de politiek.

In 1947 startte hij zijn dokterstudies aan de Buenas Aires University. In dat jaar ontmoette hij ook de jonge Berta Gilda lnfante of ook Tita genoemd. Ze is lid van de Argentijnse Communistische jeugd. Ze bouwen een diepe vriendschap uit. Ze lezen samen marxistische teksten en discussiëren over de actualiteit.

In 1948, legt Ernesto Guevara, die dan 20 jaar oud is, examen af in de faculteit geneeskunde van de Universiteit van Buenos Aires. In maart slaagt hij voor de examens van het eerste jaar, in juni voor die van het tweede jaar, en in december voor die van het derde.

Op 1 januari 1950 onderneemt Ernesto Guevara zijn eerste trektocht. Hij doorkruist de noordelijke provincies van Argentinië op een fiets waarop hij een motortje monteert. Hij komt in San Francisco del Chahar terecht, in de buurt van Córdoba, waar zijn boezemvriend Alberto Granado de apotheek van een lepracentrum openhoudt. Met de patiënten voert hij lange gesprekken over hun ziekte.

Hij zet zijn universitaire studies verder en heeft vooral interesse voor het wetenschappelijk onderzoek naar allergie, astma, lepra en voedingsleer.

Terwijl hij verder studeert, werkt hij als verpleger op de handels- en petroleumschepen van de Argentijnse staatsrederij. Hij reist zo van het zuiden van Argentinië naar Brazilië, Venezuela en Trinidad.

Op reis door Latijns-Amerika.

In oktober beslist hij zijn eerste reis door Latijns-Amerika te ondernemen. Samen met Alberto Granado trekt hij in januari 1952 op weg op een oude ‘Norton’ 500 cc motorfiets.

In Valparaiso Chili schrijft hij in zijn dagboek: “We gaan op zoek naar het onderste van de stad. We praten met de vele bedelaars. Onze neus snuift aandachtig de ellnde op.”

Over Chili schrijft hij: “De belangrijkste inspanning die moet gebeuren is zich de onbehaaglijke ‘yankeevriend’ van de rug afschudden. Het is, zeker voor het ogenblik, een immense taak, omwille van de grote hoeveelheid dollars die hier zijn geïnvesteerd, en het gemak waarmee ze economische druk kunnen uitoefenen wanneer ze hun belangen bedreigd weten.”

Op 24 maart komen ze in het Peruaanse Tacna aan. Na een discussie over de armoede in de streek verwijst hij in zijn notities naar de woorden van José Marti: “Ik wil mijn lot verbinden aan dat van de armen van deze wereld.”

Op 1 mei komen ze in Lima aan. Che ontmoet er dr. Hugo Pesce, een Peruaans wetenschapper, directeur van het nationaal lepraprogramma en een belangrijk marxist. Ze discussiëren verscheidene nachten tot de ochtend. Jaren later stelde Che dat deze gesprekken belangrijk waren voor de verandering van zijn houding tegenover het leven en de maatschappij.

Op 17 mei vertrekt hij naar het lepracentrum van San Pablo in het Peruaanse Amazonewoud. Hij komt er aan op 7 juni. Bij zijn bezoek aan deze plaats doet hij zijn beklag over de lamentabele manier waarop de zieken en de bewoners uit de streek moeten leven. Geen kleding, bijna geen voeding, geen geneesmiddelen. Na er enkele weken te hebben gewerkt, vertrekt hij over de Amazonerivier naar Leticia in Colombia.

Op 17 juli komt hij aan in Caracas. Hij beslist er om naar Buenos Aires terug te keren om zijn studies geneeskunde af te werken. Hij reist met een vrachtvliegtuig via Miami, waar technische problemen met het vliegtuig hem een maand oponthoud geven. Om te overleven werkt hij als kelner en wast af in een bar. Hij wordt geregeld door de politie opgepakt en ondervraagd. Of hij communist is, of zijn vader of zijn moeder communist zijn. Op 31 augustus is hij terug in Buenos Aires.

Op reis naar de revolutie.

Che Guevara werkt zijn studies af begin 1953. Hij wordt opgeroepen voor de militaire dienst, maar wordt afgekeurd. Op 7 juli vertrekt hij met een boemeltrein richting La Paz, Bolivia, 6000 km verder. Che komt in Panama aan eind oktober. Hij is verontwaardigd over de onderdanige houding van de Panamese leiders tegenover de VS. In Costa Rica leert hij de overheersing kennen van United Fruit en de uitbuiting en ellende die er het gevolg van zijn. In een brief aan zijn tante Beatriz schrijft hij: “In El Paso heb ik de uitgestrekte domeinen van United Fruit doorkruist. Ik heb me er nogmaals kunnen van overtuigen hoe misdadig die kapitalistische octopussen zijn. Op een afbeelding van de oude en betreurde kameraad Stalin heb ik gezworen niet te zullen rusten voor die kapitalistische octopussen vernietigd zijn. In Guatemala wil ik me verder vervolmaken tot een authentieke revolutionair.”

Langs Nicaragua, Honduras en El Salvador komt Che eind december in Guatemala aan waar Jacobo Arbenz een revolutionair proces leidt.

In een brief aan zijn moeder schrijft hij: “Ik heb eindelijk mijn doel bereikt… Ik denk dat ik hier een tweetal jaar zal blijven, als alles goed gaat.” Hier ontmoette hij zijn eerste vrouw, de Peruviaanse Hilda Galdea. Che zou met haar maanden discuteren over politiek. Samen met zijn toekomstige vrouw maakte hij de staatsgreep mee tegen de regering van Jacob Abrenz, die de sympathie van het volk had. Hij koos al snel de kant van Abrenz.

1954

14-15-16 juni. Che ziet hoe Noordamerikaanse vliegtuigen Guatemala overvliegen en de militaire installaties en arme volkswijken bombarderen. Dit sterkte hem in zijn antikapitalistische overtuiging. Hij schrijft: “Dit incident heeft alle Guatemalteken verenigd met hun regering en met allen die, zoals ik, werden aangetrokken door Guatemala.” De VS kiest Castillo Armas als ‘leider’ van de staatsgreep. 18 juni 1954. Hij maakt de putsch mee tegen de regering Arbenz, opgezet en uitgevoerd door de VS. Hij vervoert wapens en probeert enkele jongeren te verzamelen om te vechten, hij helpt politieke leiders en andere personaliteiten in veiligheid brengen.

Op 20 juni schrijft Che in een brief aan zijn moeder: “Deze aanvallen, samen met de leugens van de internationale pers hebben de onverschilligen wakker geschud. Er heerst een strijdlustig klimaat. Ik heb me opgegeven als vrijwilliger voor de medische hulpdiensten en heb me ingeschreven in de jongerenbrigade om een militaire opleiding te krijgen en te gaan naar waar nodig is.”

Op 26 juli kondigt de nationale radio het ontslag aan van president Arbenz en de ballingschap van bijna alle politieke leiders en hun families. Dit veroorzaakt grote beroering onder het revolutionaire volk. Che stelt: “In Guatemala was het noodzakelijk te vechten, en bijna niemand vocht. Er moest weerstand geboden worden en bijna niemand wou het doen.”

De repressie barst los. De Latijns-Amerikaanse ambassades vullen zich met politieke vluchtelingen. Che wordt aangewezen als een gevaarlijk Argentijnse communist en mag niet in Guatemala blijven.

1955

Na het aftreden van Abrenz werd Che Guevara gezocht door de moordende FBI. Hij vluchtte naar Mexico waar hij begin 1955 werkt als arts in het “Hospital Central” van Mexico-stad. Hij trouwde met Hilda en ze kregen samen een kind: Hildita. In juni ontmoet hij Raul Castro. Ze worden vrienden. Op 8 juli komt Fidel Castro in de Mexicaanse hoofdstad aan. Over hun eerste ontmoeting zei Che: “Ik leerde hem kennen tijdens een van de frisse nachten van Mexico en herinner me dat onze eerste discussie ging over internationale politiek. Diezelfde nacht – tegen de ochtend – was ik één van de toekomstige deelnemers aan de expeditie met de Granma.” Fidel Castro over die ontmoeting: “Hij kende veel van het marxisme-leninisme, autodidact, zeer leergierig, hij was een overtuigde. Toen wij Che leerden kennen, was hij al een gevormde revolutionair.”

1956

Op 24 juni wordt Che Guevara aangehouden door de Mexicaanse politie, samen met Cubaanse kameraden. Op 3 juli meldt het persbureau UPI: “De Argentijnse arts Guevara zal naar zijn land van oorsprong worden gedeporteerd, omwille van zijn vermoedelijke deelname aan de mislukte samenzwering tegen de Cubaanse regering van Fulgencio Batista.” De Mexicaanse ex-president Lázaro Cárdenas, komt tussen om de Cubaanse revolutionairen te verdedigen. Eind juli worden de laatsten, waaronder Che Guevara, vrijgelaten. Ze zetten hun revolutionaire activiteiten verder in de clandestiniteit.

Met Fidel Castro naar Cuba.

25 november: Het jacht Granma vertrekt in een stormachtige nacht met 82 man aan boord uit de monding van de rivier Tuxpán, in Mexico.

Op 2 december meren ze aan in Los Cayelos, aan de Cubaanse oostkust. De volgende dag melden de Cubaanse en Latijns-Amerikaanse kranten over de expeditie: “… Fidel Castro, Ernesto Guevara, Raul Castro en alle andere expeditieleden kwamen om…” Hun aankomst is opgemerkt en ze worden opgejaagd. De groep valt uiteen. Op 5 december, in Alegría del Pino, valt Che Guevara in een hinderlaag. Later schreef hij hierover: “Ik werd in de hals gewond. Ik bleef in leven dankzij mijn kattengeluk. Een mitrailleurkogel werd gestopt door een doos kogels die ik tegen mijn borst droeg en schampte af in mijn hals…” Met de hulp van anderen kon hij in het suikerriet vluchten. In deze omstandigheden moet Che de zo dikwijls vertelde keuze maken tussen zijn taak als arts of zijn plicht als revolutionair soldaat.

Om te vluchten moet hij kiezen tussen een rugzak vol geneesmiddelen en een kist kogels. Het was onmogelijk ze beide mee te nemen. Che neemt de kist kogels en haast zich het suikerriet in. Later laten ze een groot deel van hun vracht bij een boer achter. Op 21 december komt de groep van Che bij de koffieplantage aan waar Fidel al enkele dagen wacht.

1957

Op 17 januari vallen ze de kazerne van La Plata aan. Che: “La Plata was onze eerste overwinning. Het maakte voor iedereen duidelijk dat het Rebellenleger bestond en klaar was voor de strijd. Voor ons was het de bevestiging van de kansen op de eindoverwinning.” De hinderlagen en gevechten nemen toe in aantal. Het leger bombardeert. In april organiseert hij in opdracht van Fidel uitgebreide contacten met de boeren om steunpunten te creëren in het gebied. Jaren later beschrijft Che: “De guerrilla en de boeren werden geleidelijk aan één, zonder dat iemand kon zeggen wanneer die eenheid zich echt voltrokken had. Ik weet alleen dat deze contacten met de boeren in de bergen de spontane beslissing snel deed omslaan in een serene en ernstige relatie. Die lijdende en eerlijke bewoners van de Sierra Maestra hebben nooit geweten welk een belangrijke rol ze hebben gespeeld in de vorming van onze revolutionaire ideologie.”

In juli begint Che met de alfabetisering van Joel, lsrael en andere guerrillero’s. Ook de anderen worden in studiekringen georganiseerd, over de geschiedenis van Cuba, de karakteristieken van het leger van de tirannie en het belang van de gewapende strijd. Op 21 juli benoemt Fidel Che tot commandant. Hierover schrijft Che: “Op een zeer informele manier werd ik tot commandant benoemd van de tweede colonne van het guerrillaleger (… ) De dosis ijdelheid die elk van ons in zich draagt, maakte van mij die dag de fierste man van de wereld.”

Op 17 september vallen vijf vrachtwagens van het leger in een hinderlaag van de rebellen.

1958

Op 6 januari schrijft Che aan Fidel: “Ik zei al dat deze verdienste je steeds zal worden aangerekend: te hebben aangetoond dat de gewapende strijd met de steun van het volk in Amerika mogelijk is.”

In februari wordt Che geïnterviewd voor de micro’s van “Radio El Mundo” uit Buenos Aires: “Ik ben hier eenvoudigweg omdat ik denk dat de enige manier om Amerika van dictators te bevrijden erin bestaat ze te verslaan. Ik wil alle mogelijke hulp geven om ze ten val te brengen, hoe sneller hoe liever.”

“Vreest U dan niet dat uw interventie als een buitenlandse inmenging zal bestempeld worden?”

“Ten eerste beschouw ik niet enkel Argentinië als mijn vaderland maar gans Amerika. Ik beroep mij daarvoor op voorbeelden als Marti, en het is precies op zijn geboortegrond dat ik zijn doctrine wil waarmaken. Bovendien kan je het toch moeilijk een inmenging noemen als ik me persoonlijk en totaal – tot mijn bloed toe wil geven voor een zaak die me juist lijkt en helemaal van het volk is. Een volk dat zich wil bevrijden van een tirannie die zelf wel degelijk de gewapende inmenging van een vreemde mogendheid toejuicht: vliegtuigen, wapens en militaire adviseurs. Tot op heden heeft geen enkel land deze Noord-Amerikaanse inmenging in Cubaanse aangelegenheden aangeklaagd, geen enkele krant beschuldigt de Yankees ervan Batista te helpen bij het afslachten van zijn volk.”

Op 24 en 25 mei vallen de dictatoriale troepen twee mijnen in de Sierra Maestra aan. Het is het begin van een groot offensief. De vijandige troepen dringen op 19 juni op verschillende punten de Sierra Maestra binnen en dreigen op te rukken. Bovendien bezetten ze de bevoorradings- en communicatielijnen. In de daaropvolgende dagen neemt Che deel aan een tegenaanval die uitmondt in een nederlaag voor de vijand, een troepenmacht van méér dan 10.000 man.

Op 21 augustus schrijft Fidel: “De missie om een colonne vanuit de Sierra Maestra te begeleiden naar de provincie ‘Las Villas’ en daar te opereren volgens het strategisch plan van het Rebellenleger, wordt toegewezen aan Commandant Ernesto Che Guevara. (… ) Hij wordt ook benoemd tot hoofd van alle éénheden van de ‘M-26 de julio’ die in deze provincie opereren, zowel in de steden als op het platteland. (…)

De achtste colonne heeft als strategisch objectief de vijand onophoudelijk aan te vallen in het centrum van Cuba en de vijandige troepenbewegingen van west naar oost over land te onderscheppen tot ze volledig verlamd zijn.”

Op 16 december wordt de brug over de Falconrivier langs de Centrale Weg opgeblazen, en daarmee worden alle steden ten oosten van Santa Clara vanuit Havana onbereikbaar. Op 26 december schrijft Che: “De oorlog is gewonnen, de vijand komt luidruchtig ten val, in het Oosten houden we tienduizend soldaten gevangen. Die van Camoguey hebben geen uitweg meer. Dat alles is het resultaat van slechts één ding: onze inspanning.” De volgende dag beslist hij tot de mars op Santa Clara.

De internationale pers meldde aan de wereld dat Che gesneuveld was. “Radio Rebelde” daarentegen berichtte: “Laatste nieuws van het allergrootst belang! Grote overwinning van de achtste colonne van Las Villas. Troepen o.l.v. Ernesto Che Guevara overwonnen een geblindeerde trein waarbij 300 soldaten met volledige uitrusting werden gevangen genomen.”

1959

Bij het ochtendkrieken van nieuwjaar vlucht dictator Batista het land uit. Fidel werd president en trad hard op tegen Batista-gezinden. Che Guevara krijgt op 9 februari de Cubaanse nationaliteit, werd minister van industrie en president van de nationale Cubaanse bank. Op die manier had hij de hele landbouw en economie in handen, zodanig dat hij Marx’ theorieën kon omzetten in de praktijk. Toen Che’s ouders en zijn vrouw overkwamen naar Cuba was dit voor hem een emotionele gebeurtenis maar hij had inmiddels een andere vriendin gevonden: Aleida March. Hilda en Che besloten om te scheiden. Che trouwde niet veel later met Aleidea en ze hadden vier kinderen samen.

Van juli tot augustus reist hij aan het hoofd van een officiële delegatie naar de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte waar hij Nasser ontmoet. De reis gaat verder naar India, Thailand, Japan, Indonesië en Pakistan. Ze keren terug over Oost- en West-Europa om af te sluiten in Marokko. Bij zijn terugkeer verklaart Che zich vooral verrast door de grote sympathie die de Cubaanse revolutie overal in de wereld oproept.

Op 17 oktober raadt Che de universiteitsstudenten aan: “(…) in contact te treden met het volk, niet om het te ‘helpen’ met kennis of eender wat – zoals een aristocratische dame die de bedelaars een geldstuk wil toestoppen – maar om deel te gaan uitmaken van de revolutionaire krachten die vandaag Cuba regeren. Om jullie schouders onder de praktische uitbouw van de revolutie te zetten en zo tegelijkertijd ervaring op te doen die misschien nog veel belangrijker is dan alle interessante zaken die jullie in de lessen leren.” Op 23 november leidt hij de eerste ‘dag van vrijwillige arbeid’ in Cuba.

1960

Amerika deed er alles aan om de Cubaanse welvaart te dwarsbomen door de invoer van Cubaanse suiker te schrappen. Op het einde van 1960 stellen de VS een volledig handelsembargo tegen Cuba in. Che leidt een officiële Cubaanse delegatie in een rondreis langs verschillende socialistische landen: van de Sovjet-Unie en Oost-Europa naar China en Noord-Korea. Van daar terug naar de Sovjet-Unie, Oost-Duitsland en Tsjecho-Slowakije. Che was altijd sober gekleed, in zijn strijdpak dat altijd symbool stond voor de vrijheidsstrijd van Latijns-Amerika. Hij wou hulp voor Latijns-Amerika van socialistische landen zonder commercialisatie. Het moest op vrijwillige basis gebeuren zonder deze landen met een immense schuldenberg op te zadelen want anders zou dit toch niets uit halen.

1961

Begin ’61 verbreken de VS alle diplomatieke betrekkingen met Cuba. Op 15 april worden de luchthavens van Cuba door VS-vliegtuigen gebombardeerd. Op 17 april is er de VS-invasie in de Varkensbaai: 1.500 CIA-huurlingen vallen met de steun van de Amerikaanse vloot en luchtmacht Cuba binnen. De contra’s willen een volksopstand ontketenen. In amper 72 uur echter worden ze door de Cubaanse bevolking compleet verslagen. 1.200 van hen worden gevangen genomen. Ze zouden later uitgeleverd worden aan Amerika in ruil voor medicijnen en levensmiddelen. Nadat Amerikaanse spionagevliegtuigen Russische raketten hadden ontdekt leek WO III in de maak, maar door het snel bevel van Castro om de raketten weg te laten nemen werd de situatie weer stabiel.

1964

17 mei: geconfronteerd met nieuwe sabotagedaden van het imperialisme in een haven in het zuiden zegt hij: “Wij hebben rendez-vous met de geschiedenis, en we kunnen het ons eenvoudigweg niet permitteren angst te hebben! We moeten hetzelfde enthousiasme en geloof aanhouden. Met de linkerhand fabrieken bouwen, met de rechter het geweer richten en met de twee hielen de wormen verpletteren.”

In augustus heeft hij het over de situatie in Kongo: “Wat gebeurt er in Afrika, waar nauwelijks twee jaar geleden de eerste minister van Kongo vermoord en gevierendeeld werd, waar de Noordamerikaanse monopolies zich installeerden en de strijd om Kongo te bezitten is losgebarsten? Waarom? Omdat daar koper en radioactieve mineralen in de ondergrond zitten, omdat Kongo uitzonderlijke strategische grondstoffen bezit. Daarom werd een volksleider vermoord die de naïviteit had in rechtvaardigheid te geloven zonder er zich rekenschap van te geven dat het recht door de macht wordt verdreven. Zo werd hij een martelaar van zijn volk.”

Later spreekt Che de algemene vergadering van de VN toe in New York. Hij klaagt in krachtige bewoordingen de rol van de VN aan bij de moord op Lumumba en bij het in het zadel hijsen van Tshombe als Kongolees president, uitgerekend dezelfde man die met Belgische hulp gepoogd had de provincie Katanga van de rest van de Kongolese natie af te scheuren. “Alle vrije mensen ter wereld moeten zich bereid verklaren de Kongolese misdaad te wreken.”

1965

Che komt in Brazzaville aan op nieuwjaar en begint een officiële Afrikaanse rondreis. Teruggekomen in Cuba belegt hij een geheime samenkomst met een honderdtal kameraden met grote gevechtservaring. Het zijn de toekomstige deelnemers aan de internationalistische missie in Kongo. Op 11 februari komt hij in Dar El Salaam samen met verschillende Afrikaanse revolutionaire leiders die aan Cuba om wapens, training en financiering vragen. Hij ontmoet er ook Laurent Kabila en zijn generale staf. Zij zijn het erover eens dat de voornaamste vijand van Afrika het Noordamerikaanse imperialisme is. Kabila’s vraag om guerrillero’s te trainen in Cuba beantwoordt Che negatief. Hij legt hem de voordelen uit van een training op eigen terrein.

Op 31 maart schrijft Che zijn afscheidsbrief aan Fidel Castro. Later zal blijken dat Che, uiteraard clandestien, naar Kongo reisde. De VS misbruiken het feit dat Che niet meer in het openbaar verschijnt om het gerucht te verspreiden dat hij zou geliquideerd zijn door Fidel wegens hevige ideologische conflicten in de hoogste leiding van Cuba. In hun uitzending naar China beweren de VS dat Che vermoord werd wegens zijn pro-Chinese standpunten, en in de uitzendingen gericht op het Oostblok, beweren ze net het omgekeerde.

Op 24 april komt Che – vanuit Tanzania aan nabij de haven van Kigoma aan de oever van het Tanganikameer. Hij ontscheept met 14 Cubanen buiten de haven, om zo de patrouilles van Belgische huurlingen te omzeilen. Daarbij belanden ze in het water. Vandaar bereikt hij Kibamba in Kongo. Op 9 mei slaagt hij erin contact te leggen met een eerste groep guerrillero’s. Hij legt hen uit dat hij gekomen is om guerrilla-opleiding te geven, op vraag van Gastón Soumaliot en Laurent Kabila aan Fidel Castro. Hij wil aan hun zijde vechten in de operaties die zij beslissen.

Hij is ter hunner beschikking. Hij start een krijgsschool die de naam “La Base” krijgt.

Op 7 juli ontmoet Che Guevara, Laurent Kabila, die belooft hem te zullen vergezellen in een bezoek aan verschillende fronten in het binnenland. Kabila vertrekt echter naar Kigoma en de bezoeken worden uitgesteld. Op 16 augustus sneuvelen 7 soldaten, onder wie twee Belgische onderofficieren en drie Zuid-Afrikanen, in een hinderlaag van de guerrilla.

In november blijkt de situatie op de verschillende fronten – o.a. tengevolge van de voortdurende discussies tussen de verschillende revolutionaire leiders – zo verward dat steeds meer guerillero’s de strijd verlaten.

Samen met de Kongolezen wordt beslist dat de Cubanen zich zullen terugtrekken. De missie heeft zeven maanden geduurd, waartoe de Cubanen deelnamen aan meer dan 50 acties.

In Kongo werd Che telefonisch op de hoogte gebracht van het overlijden van zijn moeder aan kanker. Zo verloor hij de trouwste steun en toeverlaat waarop hij zijn ganse leven had kunnen rekenen. Uitgeput en gedemoraliseerd beslist Che de strijd in Kongo te staken. Terwijl Che’s strijdmakkers al rond Kerstmis weer in Havana arriveerden, bleef de teneergeslagen Che voor een periode van vier maanden in Tanzania. Daarna verbleef Che nog vier maanden in Praag waar hij verder mediteert, schrijft, zijn Kongolese vergissing verwerkt, zijn volgende stap voorbereidt en zichzelf de tijd gunt om naar werken van Ludwig Von Beethoven, één van zijn favoriete klassieke componisten, te luisteren en tot bezinning komt.

Terwijl Che in Kongo was, kreeg Castro meer en meer vragen te verwerken. Iedereen wou duidelijkheid over Che. De druk kwam niet enkel meer van de Cubanen, maar ook van buitenaf.  Hij was spoorloos, velen vertelden dat hij dood was. Castro was genoodzaakt Che’s afscheidsbrief openbaar te maken.

Op 3 oktober 1965, de dag waarop het centrale comité van de Cubaanse Communistische Partij gevormd werd, besluit Castro om Che’s afscheidsbrief voor te lezen. Het werd een emotionele gebeurtenis. Alle genodigden zijn zwaar geraakt door de brief en de drastische besluiten die Che heeft genomen. De Cubaanse bevolking is diep geschokt.

Als Che dit hoort in Tanzania, is hij woedend. Hij had Castro uitdrukkelijk gevraagd de brief slechts openbaar te maken na zijn dood. Doordat Castro de brief had openbaar gemaakt werd Che naar eigen zeggen verplicht om zich nooit meer op de politieke scène in Cuba te vertonen. Het was niet langer ‘zijn Cuba’.

Fidel Castro: “Che’s ‘missie’ in Kongo veroorzaakte veel roddels op dat moment en gaf aanleiding tot waanzinnige leugens. Men vertelde dat hij dood was, dat er conflicten waren tussen ons, dat hij opgesloten was, etc. Er moest een einde komen aan al die roddels en leugens om zijn strijd en ook zijn mannen op de één of andere manier niet in gevaar te brengen. Dit alles stelde ons in een slecht daglicht en ik had geen keuze, ik moest de brief voorlezen.(…) Toen de brief was voorgelezen, wat dus een politieke noodzaak was, werd het voor hem – door zijn karakter – zeer pijnlijk en haast onmogelijk om nog terug te komen naar Cuba. Maar ik overhaalde hem om terug te komen. Het was de beste manier voor hem om zijn volgende stap voor te bereiden. En hij zou terugkeren… maar (weer) volledig onherkenbaar en in het grootste geheim.”

1966

In juli reist Che Guevara in het grootste geheim naar Havana, waar hij een nieuwe missie naar Bolivia voorbereidt in overleg met Fidel. Over Moskou, Praag en Wenen reist Che Guevara via Brazilië naar Bolivia.

Op 3 november 1966, arriveerde Che in Bolivia met valse (Uruguyaanse) identiteitskaarten. Hij hielp er om een communistische guerrillabeweging te organiseren.

Che had eerst de steun gevraagd van Maino Monje, die de leiding van die communistische revolutie opeiste. Maar Monje ging hier totaal niet op in en zou een antiguerrilla campagne voeren. Daarna vroeg Che de steun van Moises Guavara, een mijnwerker en onafhankelijk politicus.

1967

Che schrijft: “Zoals ik had gedacht was de houding van Monje (de secretaris-generaal van de Boliviaanse CP) ontwijkend en daarna verraderlijk. Zijn partij is zich reeds aan het bewapenen tegen ons. Ik weet niet waar hem dat zal brengen maar het zal ons niet afremmen, en misschien zal het op de lange duur een voordeel zijn, daar ben ik bijna zeker van. De eerlijkste en strijdbaarste mensen zullen aan onze kant staan, hoewel ze eerst door een zware gewetenscrisis zullen gaan. Guavara heeft tot nog toe goed gereageerd. We zullen zien hoe hij en zijn mensen zich in de toekomst zullen opstellen (…) Nu begint de eigenlijke guerrillafase, we zullen onze troepen uittesten. De tijd zal uitwijzen welke de perspectieven zijn van de Boliviaanse revolutie. Van alles wat gepland was is de rekrutering van Boliviaanse strijdmakkers het traagste verlopen.”

In maart luidt de analyse als volgt: “Deze maand had geen gebrek aan voorvallen, maar het geheel ziet er zo uit: fase van consolidatie en uitzuivering van de guerrilla, trage verdere ontwikkeling met enige elementen die uit Cuba kwamen – en die doen het niet slecht – en elementen van de groep van Guavara die over het algemeen erg zwak uitvielen (twee deserteurs, een ‘loslippige’ die we gevangen houden, drie met kleerscheuren en twee slappelingen). Nu komt de fase van het begin van de acties met een precieze en spectaculaire aanslag. We moeten wel sneller op weg dan ik had gewild, en met de last bovendien van vier mogelijke verklikkers.

De situatie is niet goed maar er begint een nieuwe etappe van beproeving voor de guerrilla die haar zeer goed zal doen indien ze ze overwint. De guerrilla bestaat uit 29 Bolivianen, 16 Cubanen en drie Peruanen.”

In de daaropvolgende maanden krijgen Che en zijn mannen steeds meer af te rekenen met communicatieproblemen met La Paz en Cuba waardoor ze uiteindelijk compleet geïsoleerd moeten opereren. De aansluiting met de boerenbevolking lukt veel moeilijker dan gedacht. Daarover schrijft hij in mei: “De boeren treden nog steeds niet toe, hoewel ze stilaan geen angst meer hebben van ons en ze ons schijnen te bewonderen. Het is een traag en geduldig proces.” En in juni: “De boeren blijven nog steeds afzijdig. Het is een vicieuze cirkel: om hen aan te trekken moeten we meer acties kunnen voeren in bevolkt gebied, maar daarvoor hebben we meer manschappen nodig. (…) Het leger staat nergens in haar militaire taak, maar het doet gevaarlijk werk met de boeren dat we niet ongemoeid mogen laten. Zo niet zullen alle boeren verklikkers worden, uit angst of omdat ze hen voorliegen wat onze doelstelling betreft.”

Intussen voeren de VS steeds meer wapens en adviseurs aan voor het Boliviaans leger. Het land wordt geteisterd door steeds meer stakingen en de faam van Che’s manschappen in de Boliviaanse en wereldpers stijgt met de dag: “Op politiek vlak is de officiële verklaring van de regering dat ik me effectief in Bolivia bevindt en dus niet in Cuba werd vermoord, het belangrijkst.

Men voegt er aan toe dat het leger te maken heeft met perfect getrainde guerrillero’s waaronder zelfs Vietcongs die de best getrainde Amerikaanse mariniers hadden verslagen.”

De boeren informeerden de militairen ondertussen de richting die de manschappen van Guevara volgde. Dit ontsnapte niet aan de aandacht van Che. “We worden door de dorpsradio’s gevolgd”, noteerde hij in zijn dagboek.

In de maand september geraakt de guerrilla nog verder geïsoleerd en lijden ze zware verliezen bij een hinderlaag van het leger. Op 8 oktober, in het dorpje La Higuera, vallen Che en twee kameraden in handen van het leger. Twee kameraden sneuvelen.

De volgende morgen komen een Boliviaanse kolonel (Zenteno Amaya) en een Cubaan die voor de CIA werkt (Felix Ramos, wiens echte naam Felix Rodriguez luidde), per helikopter ter plaatse. Op bevel van hogerhand wordt beslist Che en de kameraden Simon (Willy) Cuba Sarabia en Juan Pablo Chang daar onmiddellijk af te maken. Een Boliviaanse soldaat doet het vuile werk met de blik afgewend.

Terwijl internationale persmagnaten tot 125.000 dollar bieden voor het dagboek van Che, zorgen Boliviaanse revolutionairen ervoor dat copies ervan nog datzelfde jaar Cuba bereiken. Daarmee valt het CIA-plan in duigen om met vervalsingen van het origineel, anticommunistische propaganda te maken. Op 1 juli ’68 wordt het dagboek in Cuba uitgegeven en gratis verspreid. De inhoud veroorzaakt een internationaal schandaal over de manier waarop Bolivia en de VS krijgsgevangenen behandelen. Het voorbeeld van Che inspireert sindsdien honderdduizenden jongeren over de hele wereld.

De legendarische foto van hem, die door de Cubaanse fotograaf Korda was genomen, is nog steeds een symbool van protest tegen het huidige kapitalistische gezag. En wanneer zijn lichaam in 1997 wordt overgebracht naar Cuba betuigden mensen massaal hun laatste eer aan hun held. Zijn graf bevindt zich in Santa Clara, waar Che de beslissende veldslag tegen Batista won.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.