Het verraad van PRO!

Advies coalitievorming aan de gemeenteraad van Oldambt

d.d. 13 april 2026

Geachte raad,

Hierbij mijn advies als verkenner. Ik geef u dit ten behoeve van het vervolg van de coalitievorming en formatie in uw gemeente. Ik wil u allen heel erg bedanken voor de bijzonder prettige en open gesprekken die ik heb mogen voeren. Ook speciale dank aan uw griffier, de heer Jelte van der Meer, die het proces uitstekend heeft georganiseerd en ondersteund.

Proces

Na de verkiezingen op 18 maart is aan mij gevraagd om als verkenner op te treden voor de eerste fase van de coalitievorming. Deze vraag is voortgekomen uit het duidingsdebat op 25 maart. De opdracht is als volgt geformuleerd:
A.
Voer gesprekken met (twee) vertegenwoordigers van alle in de raad vertegenwoordigde partijen om hun wensen, voorkeuren en rode lijnen te inventariseren.
B.
Onderzoek wat de meest kansrijke samenwerking is voor de vorming van een stabiele coalitie voor de gemeente Oldambt en breng over de uitkomst schriftelijk en mondeling verslag uit in de gemeenteraad.
C.
Doe tevens een voorstel voor het vervolgproces

Samen met de griffier heb ik een eerste ronde gesprekken gevoerd. Op donderdag 2 en vrijdag 3 april is met een vertegenwoordiging van alle 11 verkozen fracties in de raad gesproken.
Op donderdag 9 april is vervolgens een – gezamenlijk – gesprek gevoerd met een vertegenwoordiging van de drie grootste fracties PRO, GBO en de VVD.
Alle gesprekken zijn in vertrouwen gevoerd. Er zijn geen verslagen gemaakt. De heer Van der Meer en ondergetekende hebben tijdens de gesprekken wel aantekeningen gemaakt t.b.v. het formulieren van dit advies. Deze aantekeningen zijn – zoals in de gesprekken aangekondigd -vernietigd.
Qua proces is direct afgesproken dat ik alle fractievoorzitters – kort voor het aanbieden en publiceren van dit advies- vertrouwelijk zou informeren over de kern ervan. Dit heb ik ook gedaan alvorens het eindverslag aan te bieden op maandag 13 april aan de Burgemeester als voorzitter van de raad.
Ook heb ik direct aangegeven dat ik de bereidheid heb om het advies toe te lichten in een openbare raadsvergadering. Deze zal plaatsvinden op 21 april.
Laat ik beginnen met iedereen te bedanken voor de openheid en de kwaliteit van de gevoerde gesprekken. Ik vond het al een eer om deze opdracht te mogen vervullen, maar de wijze waarop de gesprekken verliepen, maakten mijn enthousiasme voor deze taak alleen maar groter.
Dat wil niet zeggen dat het maken van het advies gemakkelijk was. De uitslag in Oldambt laat een groot aantal partijen zien met relatief kleine verschillen in zetels binnen een breed politiek-ideologisch spectrum. Er zijn dus meerdere coalities mogelijk en de bereidheid onder de partijen om desgevraagd in een college te stappen was hoog. Er viel dus wat te kiezen en dat leidt onvermijdelijk tot teleurstelling bij hen die buiten de boot van de coalitie vallen.
Ik heb de eerste ronde gesprekken gevoerd op basis van een vooraf gestuurde gesprekshandleiding. Dit heeft voor de fracties de mogelijkheid gegeven zich goed op de gesprekken voor te bereiden en zorgde voor een gelijk speelveld. Voor alle fracties is in de eerste ronde ook evenveel tijd ingeruimd.
Bevindingen
Op basis van de thema’s uit gesprekshandleiding doe ik hier verslag van mijn bevindingen alvorens conclusies te trekken.
1.
Samenwerking in de raad

Mijn eerste conclusie is dat de raad van Oldambt haar handen dicht mag knijpen met de politieke cultuur en wijze van samenwerking (tussen coalitie en oppositie, maar ook tussen raad en college en daarbinnen). Alle fracties geven hoog op van de omgangsvormen, de bereidheid tot luisteren naar elkaar en het zoeken naar samenwerking. Dit is iets om te koesteren en te bewaken. Een mooi voorbeeld is daarbij geweest het bieden van de mogelijkheid om vanuit de oppositie ook punten aan het coalitieakkoord toe te voegen.
Uiteraard zijn er ook – zij het beperkt – enige kritische noten gekraakt. “Iets meer dualisme” is een paar keer gezegd en ook sommige uitingen op sociale media over elkaar zijn niet altijd in goede aarde gevallen. Maar de algehele afdronk is dat het met de samenwerking in Oldambt wel goed zit. Er is bovendien een breed gedragen verlangen dit te behouden. Uiteraard spelen de burgemeester, de griffier en het fractievoorzitters-overleg daar een sleutelrol in.
2.
Vorm van het akkoord en proces formatie

In het duidingsdebat is reeds veel gezegd over het gewenste proces. Een goed proces is de basis voor een duurzaam akkoord. Termen als zorgvuldigheid, openheid, balans en verbinding zijn genoemd alsmede een pleidooi naar het zoeken van zoveel mogelijk overeenkomsten.
Op de vraag of er een raadsakkoord zou moeten komen is door enkele partijen positief geantwoord, maar de meeste partijen zien de toegevoegde waarde (nu) niet. Als argument daarvoor werd meestal aangegeven dat een dergelijk akkoord een te algemeen karakter zou krijgen. Wel is de suggestie gedaan om als raad zelf een aantal relevante thema’s voor de komende vier jaar te benoemen die een meer uitgebreide behandeling in de BOB-structuur vragen.
De mogelijkheid om naast de beoogde coalitiepartners ook oppositiepartijen de kans te geven om input op het coalitieakkoord te leveren wordt breed gedragen. Dit zou wellicht ook nog eerder kunnen in het proces dan de vorige keer is gebeurd.
Wel wordt nadrukkelijk genoemd dat er tempo gemaakt moet worden. De opgaven zijn groot en de inhoudelijke geschilpunten worden als overzichtelijk gezien. Wat betreft het betrekken van de samenleving tijdens het proces lopen de meningen uiteen. Dat dit op zich wenselijk is, wordt onderschreven, maar dit mag het proces niet lang oprekken. Er is immers gestemd en de komende jaren zal er op veel dossiers nog veel participatie volgen en nodig zijn. Een beperkte en gerichte consultatie van maatschappelijke partners op ingewikkelde thema’s is in het formatieproces het maximaal haalbare.
De fracties geven grotendeels aan dat externe begeleiding van het formatieproces zelf niet noodzakelijk is. Onder voorzitterschap van de grootste partij(en) is dit vorige keer goed gegaan en de verwachting is dat dit weer goed zal gaan.
3.
De inhoud

Breed leeft de zorg dat de komende vier jaar de gemeentefinanciën problematisch gaan worden. Het ravijnjaar 2028 in combinatie met andere Rijksbezuinigingen en een door geopolitieke ontwikkelingen zeer kwetsbare wereldeconomie, worden door iedereen gezien als oorzaak. Sommige partijen voegen daar meer specifieke zorgen aan toe zoals mogelijke kostenoverschrijdingen bij grote bouwprojecten en de hoge kosten in de (jeugd)zorg.
Duidelijk is wel dat er de komende periode zeer lastige besluiten zullen moeten worden genomen.
Wonen is een ander door alle partijen genoemd thema, waarbij politieke verschillen worden gezien in het belang van sociale huur op specifieke locaties. Veel partijen vragen aandacht voor het veiligheidsbeleid terwijl daarnaast armoede, Nij Begun, vluchtelingen en economie veel worden genoemd als belangrijke thema’s voor de formatie.
Speciale aandacht wil ik daarbij vragen voor het thema participatie en het betrekken van de verschillende delen van de gemeente die qua problematiek en karakter nogal uiteenlopen. Ik zie breed in de raad een grote bereidheid om te investeren in de relatie met de burger en daarbij gebiedsgericht te werk te gaan.
4.
De coalitievorming

De lastigste en in deze verkenning uiteindelijk ook de belangrijkste vraag is welke coalitie als eerste onderzocht zou moeten worden. Op basis van de uitslag en gesprekken heb ik daarbij eerst een aantal algemene waarnemingen.

De bestaande coalitie – die de afgelopen jaren in de ogen van bijna de hele raad, goed heeft gefunctioneerd – heeft haar meerderheid behouden.

De verschuivingen in zetels binnen de raad geven een verschuiving aan richting de rechter kant het politieke spectrum. Links en rechts houden elkaar nu in Oldambt in evenwicht.

Er is door allen een duidelijke voorkeur uitgesproken voor een stabiele meerderheidscoalitie met ruimte voor een stevige oppositie.

Veel partijen geven aan bereid te zijn in een coalitie te stappen, waarbij de partijen met slechts 1 zetel allen beseffen – en het ook logisch vinden – dat er niet in eerste instantie aan hen zal worden gedacht.
Kijken we naar de door partijen genoemde voorkeurscoalities dan heb ik het volgende waargenomen.

Alle fracties vinden het logisch dat de twee grootste partijen (PRO en GBO) deel uitmaken van de coalitie.

Ook deelname van de VVD wordt door vrijwel alle partijen (met uitzondering van SP en VCP) logisch dan wel wenselijk genoemd.

Het expliciet uitsluiten van partijen gebeurt nauwelijks. Wel wordt door relatief veel partijen de samenwerking met VCP (wel als mogelijke partner genoemd door PRO en SP) en PVV als onwaarschijnlijk en/of onhaalbaar benoemd. De redenen hiervoor zijn soms ideologisch van aard, maar er is vooral twijfel of deze partijen voldoende bereid en/of stabiel zijn om zware en ingewikkelde besluiten te dragen. Wat mij daarbij opvalt is dat er wel degelijk waardering is voor de opstelling van beide partijen in de afgelopen periode in de raad. Maar dat vertaalt zich nu (nog) niet in draagvlak bij voldoende andere partijen voor collegedeelname.

PvhN en het CDA worden beide door veel partijen als een mogelijke coalitiepartner gezien, waarbij de eerste voorkeur per partij verschilt en in een enkel geval was er geen voorkeur.
Genoemde argumenten daarbij zijn zowel electoraal (“wie heeft het meest gewonnen of heeft de meeste stemmen”) van karakter of meer inhoudelijk en bestuurlijk.

Conclusies en advies

Op basis van bovenstaande heb ik na de eerste gespreksronde geconcludeerd dat van de partijen met twee zetels of meer er vijf zijn die in aanmerking komen voor deelname in het nieuwe college. Met VCP of PVV is geen stabiele meerderheidscoalitie denkbaar op basis van de gesprekken. Ook deelname aan het college van partijen met ėėn zetel ligt niet voor de hand
Daarmee zijn er drie mogelijke coalities haalbaar:
1.
Een vijfpartijencoalitie: PRO/GBO/VVD/CDA/PvhN
2.
Voortzetting van de huidige coalitie: PRO/GBO/VVD/PvhN
3.
Vierpartijencoalitie: PRO/GBO/VVD/CDA
Een duidelijke voorkeurvariant was – gezien de nogal uiteenlopende opvattingen hierover – nog niet goed mogelijk na de eerste gespreksronde. Ik heb daarom besloten met de fracties van PRO, GBO en de VVD nog een gezamenlijk verdiepend gesprek te voeren omdat deze partijen in elke variant in de beoogde coalitie zouden komen te zitten.
Ik heb in dat gesprek – waar weer van elke partij dezelfde twee vertegenwoordigers als in de eerste gespreksronde hebben deelgenomen, alsmede de griffier – de volgende twee vragen op tafel gelegd:
1.
Is er bereidheid om te kiezen voor een vijfpartijencoalitie met dien ten gevolge vijf wethouders?
2.
Zo nee, welke vierpartijen coalitie heeft dan wel de voorkeur?
Uit dit gesprek zijn de volgende conclusies naar voren gekomen:

Geen van de partijen is voorstander van een vijfpartijencoalitie. Dit wordt qua werkdruk en uitdagingen niet als noodzakelijk gezien. Bovendien is dit moeilijk zo niet onmogelijk uit te leggen in de komende raadsperiode waar de financiële situatie voor de gemeente zeer lastig kan worden.

Met zowel PvhN als het CDA denken alle drie partijen (PRO, GBO en VVD) een werkbare coalitie te kunnen vormen.

De voorkeur voor de vierde partij is verschillend.
Naast deze conclusies is in dit gesprek verder verkend waar eventueel inhoudelijke kansen en risico’s van elke mogelijke combinatie zitten.
Op basis van de verkiezingsuitslag, het duidingsdebat, de eerste gespreksronde en het tweede verdiepende gesprek met drie fracties kom ik tot het volgende advies aan de raad van Oldambt.
Onderzoek een coalitie bestaande uit PRO, GBO, VVD en CDA.
Deze coalitie heeft een meerderheid en ik ben ervan overtuigd dit zowel op programmatisch niveau als op persoonlijk niveau zal leiden tot een stabiele meerderheidscoalitie. Deze samenstelling met een partij ter linkerzijde (PRO) en een partij ter rechterzijde van het midden (VVD) alsmede twee partijen in het politieke centrum (CDA en GBO), weerspiegelt het best de – gewijzigde – politieke verhoudingen in Oldambt. De kiezer heeft gekozen en dit wordt daarmee ook zichtbaar in de coalitievorming. En dat is belangrijk voor het vertrouwen van de burgers in de politiek. De vier partijen zijn (al geldt dit uiteraard ook voor de PvhN) bovendien allemaal partijen die door een zeer groot deel van de raad als logische coalitiepartners worden benoemd.
Voor het proces van de formatie stel ik verder het volgende voor:

Laat de formatie leiden door een duo-voorzitterschap van de lijsttrekkers van de twee grootste partijen (PRO en GBO).

Geef ook in het formatieproces aandacht aan de verhoudingen tussen (beoogde) coalitie en oppositie als ook de verhouding college en raad.

Koester de gezonde politieke cultuur en blijf daarin investeren.

Denk na welke thema’s vanuit de raad extra aandacht behoeven via een uitgebreide BOB-structuur.

Geef de toekomstige oppositie tijdig de ruimte om punten tijdens het formatieproces in te brengen.

Bekijk of het mogelijk is om op specifieke thema’s maatschappelijke partners te bevragen tijdens de formatieperiode.

Ga tijdens de formatieperiode de diepte in wat betreft de financiën van de gemeente en verken verschillende scenario’s.

Denk verder na over het versterken van de bewonersparticipatie en heb oog voor de verschillen tussen de gebieden (stad, dorpen, landelijk gebied) en haar bewoners binnen de gemeente.

Belangrijke inhoudelijke thema’s die op agenda van de formatietafel horen zijn in elk geval: wonen, economie, Nij Begun, jeugdzorg, armoede, veiligheid en de opvang en huisvesting van vluchtelingen. Al zijn er zeker nog meer te bedenken natuurlijk.

Tot slot

Een proces als dit te mogen leiden geeft aan het eind een dubbel gevoel. Het is een eer om zoiets te mogen doen en zoveel boeiende gesprekken te mogen voeren met gemotiveerde politici die allen het beste voor hebben met deze gemeente en haar inwoners. Deze raad bulkt van de oprechte betrokkenheid! Toch weet je dat aan het eind van zo’n proces er ook mensen teleurgesteld zullen zijn. Teleurgesteld dat een goede uitslag niet leidt tot coalitiedeelname of teleurstelling dat coalitiedeelname niet wordt gecontinueerd. Zoiets doet altijd pijn.
Toch wil ik positief eindigen met de boodschap dat ik ervan overtuigd ben dat Oldambt met vertrouwen de komende vier jaar in kan gaan. Hoe uitdagend de komende vier jaar ook worden, er zal opnieuw een sterk college komen en er zal weer een sterke gemeenteraad zijn. Ik wens u succes met de formatie!

Roeland van der Schaaf
Verkenner

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.