VAN BANKSCHROEF NAAR DUIMSCHROEF

VAN BANKSCHROEF NAAR DUIMSCHROEF

Baarthuis werkt al ruim 20 jaar bij de gemeente. Hij is ambtenaar in vaste dienst. Baarthuis veegt de straten met een veegwagen en dat doet hij al die tijd zonder mankeren. Nooit klachten, hij veegde naar behoren.

Van wangedrag of voortdurende humeurigheid kan Baarthuis ook niet beticht worden. Baarthuis is gewoon een gemiddelde ambtenaar die zijn werk met gemiddeld plezier en gemiddelde ijver doet. Het prototype van De Hardwerkende Nederlander. Dag in dag uit veegt Baarthuis de straten in zijn gemeente en als dat wegens omstandigheden waar hij niets aan kan doen even niet kan, onderhoudt hij “zijn” veegwagen op de gemeentewerf.

Tijdens het werk komen Baarthuis en zijn collega’s spullen tegen die nog een kleine waarde vertegenwoordigen. Het gaat dan vooral om oud ijzer. Fietswrakken, kinderwagens enzovoort. Zonde om dat weg te gooien. Het oud ijzer wordt bewaard in een container en regelmatig ingeleverd bij de oud ijzerboer. Daar krijgen Baarthuis en zijn collega’s dan een beetje geld voor dat in de frietpot verdwijnt. Elke vrijdagmiddag worden spullen van de vetboer verorberd. Dat doen ze al jaren. Het is niet bekend of de baas daar bezwaar tegen heeft, maar de werkgever zou dat ongezonde gedrag natuurlijk wel moeten verbieden in deze tijd van bemoeizucht en verboden.

Er ligt een oude bankschroef in de loods. Baarthuis ziet dat en vraagt zich af wat er met die oude bankschroef moet gebeuren. Hij vraagt het een collega. Baarthuis wordt gezegd, dat de bankschroef bestemd is voor de frietpot. Baarthuis wil de bankschroef hebben en legt het ding apart in een lege container. Hij is met de fiets, maar de volgende dag komt hij met de auto naar het werk, dan zal hij de bankschroef meenemen.

Op die zaterdag moet hij werken en omdat hij nu met de auto is pakt hij de bankschroef en legt deze in zijn auto. Hij wordt betrapt door de werkleider die hem sommeert het ding terug te leggen en hem naar huis stuurt met de mededeling dat hij niet meer welkom is. Baarthuis zal er wel meer van horen. Baarthuis is een dief.

Drie weken later, Baarthuis is nog steeds geschorst, ontvangt hij een officiële brief van de gemeente, zijn werkgever. Hij ontvangt de brief via een familielid aan wie de brief was geadresseerd. Foutje van de baas, maar dat doet aan de inhoud niets af. Het is een duidelijke brief in onduidelijke ambtelijke taal. Baarthuis blijft geschorst en hij krijgt ontslag op staande voet wegens ernstig plichtsverzuim. Hij mag schriftelijk reageren, maar het mag ook mondeling en gezien de ernst van de situatie adviseert de gemeente hem een advocaat in de arm te nemen. De gemeente stel dat er sprake is van diefstal met voorbedachte rade. Gezien de gang van zaken kan echter ook gesteld worden, dat er sprake is van verraad met voorbedachte rade.

Baarthuis gaat naar een advocaat en die gaat met de gemeente in de slag. Van minnelijk overleg kan geen sprake meer zijn, het is hard tegen hard, de gemeente hanteert, kennelijk met veel plezier, een zero tolerance beleid. Baarthuis is de lul, hij kan het wel vergeten en de advocaat is er ook al niet een van aanpakken, die adviseert Baarthuis genoegen te nemen met een compromis. Hij blijft nog drie maanden in dienst, hoeft niet op het werk te verschijnen en dan is het uit met de pret.

Uit niets blijkt, dat de gemeente in het kader van het intolerante beleid ook aangifte van diefstal bij de politie heeft gedaan of zal gaan doen, terwijl deze gemeente de afgelopen jaren juist voor elk wissewasje de politie inschakelt. Voor de advocaat is dat geen reden wat dieper in deze kwestie te duiken en Baarthuis is wanhopig. Nog drie maanden loon en dan bijstand aanvragen, waarbij het nog maar zeer de vraag is of hij een uitkering zal krijgen. De weg naar WW is door het ontslag sowieso afgesloten. Hij kan nog in beroep gaan bij de bestuursrechter. Baarthuis is ambtenaar, de weg naar de Kantonrechter is voor hem gesloten.

De gemeente heeft een papieren standpunt ingenomen, is niet helemaal zeker van de zaak, maar is kennelijk ook niet bereid deze werknemer met een dienstverband van ruim 20 jaar zonder klachten, nog een kans te geven.

Baarthuis had met zijn tengels van die bankschroef af moeten blijven en hij weet dat zelf ook wel. Hij heeft zijn spijt betuigd en zal het nooit meer doen. Je kunt je natuurlijk wel afvragen of dit de eerste en enige keer was of dat Baarthuis gewoon nog nooit betrapt was. Daar gaat het in dit geval niet over. Het gaat over het meenemen van een kennelijk afgeschreven bankschroef voor eigen gebruik, die voor zover Baarthuis dat kon begrijpen, bestemd was voor de frietpot. De oud ijzerwaarde van het ding is ongeveer een kroket van slechte kwaliteit. In feite heeft Baarthuis een kroket van zijn collega’s gejat en dat mag natuurlijk niet.

Gemeenten komen de laatste jaren steeds vaker op een vervelende manier in het nieuws. Onderwerpen zijn incompetentie, verspilling van gemeenschapsgeld, omkoping, schending van de zwijgplicht, en meer van dat alles.

Dat vinden gemeenten niet fijn en daar moet paal en perk aan gesteld worden, te beginnen met ambtenaren die zich schuldig maken aan kruimeldiefstal, dat spreekt. Van onderaf naar boven werken zodat de bovenste laag nog ruim de tijd heeft allerlei misstanden te verdoezelen.

De zaak van Baarthuis is nog niet klaar. De zaak van Baarthuis begint pas, want hij neemt er geen genoegen mee. Baarthuis is van mening dat hij een gepaste straf verdient en het ontslag op staande voet vindt hij, terecht, buitenproportioneel.

Uiteindelijk zal Baarthuis zijn zin wel krijgen, maar dan zijn we bij leven en welzijn wel een jaar of drie verder. Baarthuis heeft een kroket gepikt van zijn collega’s en van de ca. 38.000 inwoners van de gemeente waar hij werkt. De gemeente steelt het leven van Baarthuis.

Drs. H.J.G. Wybert

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.